Iedereen heeft in mindere of meerdere mate te maken met een afkeurende, innerlijke stem. Met weinig zelfwaardering is die interne criticus echter veel scherper, gemener en actiever. Bovendien hebben deze mensen er geen controle over: de interne criticus laat zich altijd en bij alles horen. De interne criticus keurt goed of af, geeft mensen met weinig zelfwaardering de schuld van dingen die misgaan en plaatst zich altijd onderaan in de pikorde. Hij herinnert zich alle fouten die “zijn eigenaar” gemaakt heeft en wrijft hem dat regelmatig in, zo nodig ondersteund met beelden. Verdiensten en positieve ervaringen worden buiten beschouwing gelaten. De leefregels van de interne criticus zijn streng. Wie deze regels overtreedt, is een slecht mens. De interne criticus vindt dat iemand de beste moet zijn en niet mag falen. Of dat nog niet genoeg is scheldt de interne criticus mensen met weinig zelfwaardering ook nog eens verrot: “sukkel, stommeling, lafaard, lelijkerd en zwakkeling” zijn een paar woorden van de interne stem. De interne criticus (hij) zit vol vooroordelen en “weet” precies hoe anderen denken. Hij overdrijft tekortkomingen door de toevoeging altijd (fout) en nooit (goed). Voor veel mensen is de interne criticus een (normaal) onderdeel van hun denkpatroon. Hij wordt geloofd en niet tegengesproken. In werkelijkheid is de interne criticus een gif die positieve gevoelens en gedachten zwart maakt. Het tegenstrijdige is dat de interne criticus wil dat alles beter gaat, maar er juist voor zorgt dat de angst en minderwaardigheid toenemen.

Ontstaan van de interne criticus

De interne criticus ontwikkelt zich vanaf de vroege jeugd. Een kind leert van zijn opvoeders welk gedrag gevaarlijk, acceptabel, goed of slecht is. Een klein kind wil graag alles goed doen, om liefde te ontvangen in de vorm van knuffels, kusjes en een aai over de bol. Wanneer een kind gestraft wordt is het bang geen liefde meer te krijgen. Hij voelt zich voor even een slecht persoon. Tegelijkertijd weet het kind dat het voor zijn overleven afhankelijk is van zijn ouders. Afkeuring is beangstigend en dat probeert het kind te vermijden. Daarom internaliseert het kind geboden en verboden. Die prent het kind zichzelf in door zelfspraak. “Nee Emma, je mag dat snoepje niet pakken.” Hiermee legt het de basis voor de interne criticus. Wie op een jonge leeftijd veel negatieve ervaringen heeft en vaak gestraft wordt, heeft op oudere leeftijd te maken met een interne criticus die haar naar beneden haalt zo gauw hij de kans krijgt.

1. Een sterk normen-en waardenpatroon van de opvoeders

Een kind dat met een slecht rapport van school thuiskomt krijgt geen eten. Seksuele gevoelens worden afgekeurd. Als een kind zich in de ogen van de ouders verkeerd gedraagt wordt het zakgeld ingehouden. Hierdoor gaat het kind zich moreel slecht voelen, waarmee de basis wordt gelegd voor weinig zelfwaardering. Bepaalde, afkeurende woorden in de opvoeding kunnen de zelfwaardering negatief beïnvloeden. “Zo zijn wij niet”, “jij moet luisteren”, “je moet beter je best doen”, “je mag geen fouten maken”, jij bepaalt niet wat wij hier doen”, “eten wat de pot schaft”.

2. Ouders die geen onderscheid maken tussen gedrag en identiteit van het kind

Wanneer een kind een snoepje pikt uit de snoeptrommel en van zijn moeder te horen krijgt dat het een slecht kind is, verbindt het dat met het pikken en met zichzelf. Het kind wordt niet geleerd dat er verschil is tussen wat hij doet en wie het is. Eenmaal volwassen valt de interne criticus zijn waarde als mens aan.

3. Het aantal negatieve boodschappen in de vroege jeugd

Hoe vaker kinderen te horen krijgen dat iets waar of niet waar is, hoe meer ze erin gaan geloven. Dikwijls zijn die boodschappen verpakt in oneliners, spreekwoorden en gezegden. Het zijn de zogenaamde aannames die worden doorgegeven in plaats van principe. “Wat heb jij voor gekke kleding aan”, “ van een varken kan ik geen renpaard maken”, “wat ben jij dik”.

4. Consistentie van de opvoedingsregels

Wanneer de regels in de opvoeding onduidelijk zijn, leert het kind niet wat het mag en niet mag. De ene keer krijgt het straf wanneer het zijn bord niet leeg eet en de andere keer niet. Het kind raakt eerst in de war en denk later: het maakt niet uit wat ik doe, maar wie ik ben. Het heeft het gevoel iets verkeerd gedaan te hebben, maar weet niet wat.

5. Ouders die kritiek gepaard laten gaan met overdreven boosheid

Overdreven boosheid van de ouders kan de interne criticus aanwakkeren. Overdreven boosheid heeft de boodschap: “jij bent slecht, ik wijs je af.” Dit angstaanjagende element vat post in het kind: “als jij een snoepje jat ben je een dief en een dief gaat naar de gevangenis.”

6. De mate waarin gevoelens door ouders worden genegeerd

Een kind dat verdrietig of boos is wil door zijn opvoeders getroost worden. Wanneer dit niet gebeurt, voelt het zich afgewezen. Het leert dat zijn gevoelens er niet toe doen of lastig zijn. Hieruit trekt het kind de conclusie dat het niet belangrijk is. Eenmaal volwassen negeert hij zijn gevoelens of kijkt hij erop neer: “ik moet me niet aanstellen, flink zijn en altijd doorgaan”. Een perfecte voedingsbodem voor de interne criticus.

7. Trauma’s

Een trauma kan een kind een leven lang achtervolgen. Vaak gaat het om zaken waar het kind geen verklaring voor kan vinden, zoals het scheiden van de ouders. Dit moet goed worden uitgelegd, anders geeft het kind zichzelf de schuld van de scheiding. Ook seksueel misbruik kan traumatisch doorwerken. Een kind kan het niet plaatsen en zal denken zelf iets verkeerd te hebben gedaan. Volkomen irrationeel, maar wel te verklaren vanuit het beschermingsmechanisme.

8. De manier waarop opvoeders reageren op het kind dat niet aan bepaalde verwachtingen voldoet

Sommige ouders voeden een kind op met de verwachting dat het profvoetballer wordt. Als het kind vervolgens besluit om viool te gaan spelen en zij deze keuze (en daarmee het kind) afkeuren, is de kans groot dat het kind zich minderwaardig voelt. Niet zijn keuze is waardevol, maar het inlossen van de verwachtingen van zijn ouders.

Tot slot is er nog een aspect dat een negatieve invloed heeft op de zelfwaardering: gepest worden door leeftijdsgenoten. Dit werkt nadelig door op latere leeftijd. Er is een klein deel van de hersenen dat door de gevolgen van het pesten nog steeds gelooft dat je ergens echt slecht bent en niet deugt wanneer iemand kritiek op je heeft of als je een fout maakt. Eerdere ervaringen zorgen ervoor dat de interne criticus goed past In het beeld dat iemand van zichzelf heeft.

Wanneer duikt de interne criticus op?

Je ziet waar de interne criticus vandaan komt en hoe hij, wortelschietend in de jeugdjaren, vergroeid met de persoonlijkheid van de volwassenen. Het is daarom goed deze innerlijke stem het zwijgen op te leggen of in elk geval zijn volume lager te zetten. Het opsporen van de interne criticus is niet eenvoudig, omdat hij voor de eigenaar gewoon elke dag in het denkpatroon aanwezig is. Het is wel belangrijk de interne criticus de traceren en om hem tegen te spreken. De interne criticus duikt vaak op in zelfspraak, onze inpandige babbelbox die voortdurend aanstaat. Elke keer wanneer iemand tegen zichzelf zegt “stom, dat moet je niet zo doen”, “wat ben je toch een eikel” of “mislukkeling”, heeft hij te maken met de interne criticus. Zoals eerder gezegd werkt de interne criticus niet alleen met woorden, maar ook met beelden van gemaakte fouten. Vooral in moeilijke situaties valt de interne criticus zijn eigenaar lastig. Eenvoudig gezegd is er in crisissituaties een slechte bewaking, waardoor de interne criticus zich vrij gemakkelijk kan laten gelden.

Je moet alert zijn op de interne criticus in bijvoorbeeld de volgende situaties:

  • ontmoetingen met onbekenden
  • contact met mensen die hij seksueel aantrekkelijk vindt
  • bij het maken van een fout
  • als hij kritiek krijgt
  • als iemand boos op hem wordt
  • in contact met autoriteiten
  • in situaties waarin hij zichzelf gekwetst voelt
  • situaties waarin hij afwijzing of falen riskeert
  • bij het geven van een presentatie
  • wanneer hij in de spiegel kijkt
  • bij het kopen van nieuwe kleding
  • wanneer hij geconfronteerd wordt met beelden en audio van zichzelf

Uitschakelen van de interne criticus

Als je leest/hoort wat de interne criticus voortdurend doet en welke schade hij aanricht, is het logisch dat je hem liever kwijt dan rijk bent. Toch heeft de interne criticus in wezen alleen maar goede bedoelingen. Hij wil dat het goed gaat met zijn eigenaar: in het dagelijks leven, op het werk en privé. De interne criticus ontstaat in de kinderjaren met als doel het kind te beschermen en te helpen te voldoen aan de eisen die de omgeving aan hem stelt. Om zijn werk goed te kunnen doen moet de interne criticus veel dingen die het kind wilde in toom houden. De interne criticus wil de kritiek van buiten voor zijn door het eigen gedrag te corrigeren. Op die manier zou het kind liefde en bescherming ontvangen en bleven hem pijn en verdriet bespaart. Alleen wist de in het leven geroepen criticus niet meer van ophouden en werd hij de tweede natuur in allerlei situaties. Alles wat de interne criticus “zei” was een vaststaand feit en een veroordeling. De interne criticus kent alle eigen zwakheden en geheimen en blijft zijn eigenaar ermee lastigvallen. Uiteindelijk weten interne criticus niet meer van ophouden en komt de persoon in een negatieve denkspiraal terecht die moeilijk te stoppen is. Dit tast zijn eigenwaarde aan en maakt het daardoor moeilijker om gelukkig te worden en zelfvertrouwen te ervaren.

Het ontmaskeren van bedoelingen

Wanneer je de verborgen motieven van de interne criticus blootlegt, hebben zijn argumenten minder overtuigingskracht. Welke prijs betaalt iemand voor zijn interne criticus? De interne criticus maakt iemand overgevoelig voor de kritiek van anderen. Ook maakt hij angstig tijdens bijvoorbeeld vergaderingen, waardoor de persoon niks durft te zeggen. De interne criticus zorgt er ook voor dat niemand denkt dat iemand hem “raar, lelijk of dom” vindt. Bij het maken van een fout denkt iemand dat de hele wereld vergaat. Door te weten wat de prijs is die iemand betaalt voor de interne criticus, kan hij ook terugvechten: “jij zegt dat ik het niet moet doen, maar ik zet toch door. Niks doen is geen optie”.

Tegen de interne criticus ingaan

Wie last heeft van een interne criticus kan zich tegen hem keren door tegen hem te spreken. Gewoon door tegen zichzelf te zeggen: “dit is slecht voor mijn zelfvertrouwen, stop ermee.” “dit zijn nog steeds dezelfde aannames uit mijn opvoeding”, “ja hoor, daar gaan we weer,  hou nou eens op”, “rot op met je stompzinnige commentaar.” Tijdelijk grof zijn tegen de interne criticus is gezond. Het gaat erom dat de interne criticus verjaagd wordt met alle middelen die effect hebben. Snor hem direct de mond als hij iets zegt. Tegenspreken is niet voldoende, je moet ook je eigen waarden bevestigen door nieuwe krachtige oneliners te gebruiken in de communicatie met jezelf.

Maak de interne criticus overbodig

De interne criticus kan overbodig gemaakt worden door nieuwe gezonde manieren te leren waarmee je kritisch bekijkt of de doelen van de interne criticus haalbaar zijn zonder dat je er een torenhoge prijs voor betaalt.

De behoefte alles goed te doen

Het is ongezond wanneer je blijft luisteren naar de afkeurende stem van de interne criticus met de gedachte zo op het rechte pad te blijven. Elke misstap wordt afgestraft. Het is gezond wanneer je nog eens de persoonlijke lijst met wetten en eisen na loopt en afweegt of ze realistisch zijn en nog passen bij je huidige levensomstandigheden.

De behoefte aan zelfwaardering

Het is ongezond wanneer jij je steeds vergelijkt met anderen of hoge perfectionistische eisen aan jezelf stelt. Hiermee doe jij jezelf emotioneel pijn. Het is gezond wanneer je dingen tegen jezelf zegt en leert veranderen. Je mag leren van je beperkingen een bron van kracht te maken door ze te accepteren en niet weg te stoppen. Je doet er goed aan jezelf te voorzien van positieve zelfbevestigingen. Het is goed wanneer je aardig bent voor jezelf. Steun, stimuleer en beloon jezelf.

De behoefte aan presteren

Het is ongezond wanneer jij je door je interne criticus laat opjagen tot hogere prestaties. Ook mag je ophouden om jezelf waardeloos te voelen wanneer je niet aan onredelijke eisen kan voldoen. Je mag ophouden met de interne criticus te zien als een stem die gelijk heeft. Je waarde is niet afhankelijk van je prestaties. Het is gezond mededogen en zelfacceptatie te ontwikkelen. Daarnaast is het gezond de haalbare doelen van de interne criticus te visualiseren. Je mag de redenering van de interne criticus loslaten dat je waarde afhankelijk is van jouw prestaties.

Jezelf niet goed genoeg, minder waardig en slecht voelen

Het is ongezond wanneer jij je blijft vergelijken met succesvolle mensen. Het is gezond wanneer jij jezelf als een volledig mens ziet en jezelf accepteert zoals je bent. Het gaat niet om anderen, het gaat om de unieke kracht van jezelf.

Faalangst

Het is ongezond wanneer jij je door de interne criticus laat wijsmaken dat je iets niet kan. Dat kan leiden tot passiviteit en dat is ook weer niet de bedoeling van de interne criticus. Faalangst kan ook positieve faalangst zijn punt hierbij doe je juist nog beter je best om falen te voorkomen. Het helpt je om je nog beter te concentreren. Het is gezond wanneer je leert om anders aan te kijken tegen het maken van fouten. Ten eerste kan je leren van fouten, ten tweede is het goed wanneer je erkent dat de keuzes die je maakt op dat moment goed zijn. Achteraf bekritiseren heeft meestal niet zoveel zin en geeft de interne criticus weer volop ruimte.

Angst voor afwijzing

Het is ongezond wanneer je je interne criticus steeds laat voorspellen dat je afgewezen zal worden, zodat eventuele pijn voorkomen wordt. Dan wordt het doen en laten van jou bepaald en gedraag jij je zo dat anderen je niet kunnen of durven bekritiseren. Ook hier geldt dat het gezond is wanneer jij je realiseert dat sociale blunders niet jouw waarde bepalen. Het betekent niet dat je voor kritiek moet weglopen, maar er goed mee om moet gaan. Het heeft geen zin dat je de afwijzing nog scherper maakt en jezelf daarmee onnodig pijnigt. Op kritiek van anderen kan je rustig reageren, zonder bang of boos te worden.

Boosheid

Het is ongezond wanneer jij met behulp van de interne criticus je boosheid onder controle houdt door die op jezelf te richten, uit angst voor de gevolgen van boosheid. De grootste fout die in relaties wordt gemaakt is dat beide partners er stilzwijgend vanuit gaan dat de één precies weet wat er in de ander omgaat. Het is gezond wanneer jij tegen anderen zegt wat je wil. Wanneer je een redelijke vraag stelt ben je niet verantwoordelijk voor de onredelijke reactie van de ander. Assertiviteit draagt bij aan het krijgen van wat je wil.

Frustratie

Het is ongezond wanneer je frustratie onder controle houdt door de interne criticus. Dit komt in feite neer op jezelf net zo lang beschuldigen en naar beneden halen totdat de spanning door een enorme hoeveelheid negatieve energie is verdreven. Het is gezond wanneer jij jezelf kalmeert en ontspant. Daarvoor gebruik je een positieve zelfbevestiging en herinner jij jezelf aan je intrinsieke waarde.

Geef de interne criticus een nieuwe taak

De interne criticus raak je niet zomaar kwijt door op “delete” te drukken. Het is daarom beter dat jij zijn aanwezigheid accepteert, maar tegelijkertijd een nieuwe, volwassen taak geeft. De interne criticus is namelijk ook een kracht die het beste in een mens naar boven kan halen. Zo kan de interne criticus signaleren of er denkfouten worden gemaakt. Ook kan de interne criticus ondersteunen bij het formuleren van positieve en redelijke gedachten. Hij kan valkuilen herkennen en vermijden.

Wil jij ook van jouw interne criticus een krachtbron maken, in plaats van een vervelende stem die je telkens weer naar beneden haalt? Plan dan nu een gratis Bevrijd Jezelf van je Eetstoornis Sleutelgesprek in en dan gaan we samen onderzoeken waar je tegenaan loopt en hoe ik je hierbij kan gaan helpen. Tot snel!

Bron: Laudius

You may also like

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *